Geschiedenis

Geschiedenis

Het huidige kasteel Nieuwenhoven ligt op een vruchtbare plek, gesitueerd tussen de bossen en landerijen van het Limburgse Haspengouw. Vanaf de 11de eeuw hebben er op deze plek achtereenvolgens 2 boerderijen en 4 kastelen gestaan, opgebouwd en neergehaald onder invloed van de grillen van de geschiedenis. Begonnen als een boerderij en vervolgens buitenverblijf voor de benedictijner abten, kwam het complex na de Franse Revolutie in adellijke handen, recent tenslotte in particuliere handen. Doorheen de eeuwen blijkt het een ‘lusthof voor de voeding van lichaam en geest ‘ te zijn geweest

Het begin: 11de eeuw

Het Trudobos, Gravin Bertha van Valenciennes en de Benedictijnen

De huidige locatie, temidden van de Haspengouwse bossen en velden, situeert zich aan de noord-oostgrens van het vroegere Kolenwoud. Het betreft een vruchtbare omgeving waarvan gezegd wordt dat een groot gebied ten noorden van Sint-Truiden, het Brudelholt, door gravin Bertha van Valenciennes op 16 juli 976 op haar sterfbed geschonken werd aan de benedictijnerabdij van Sint-Truiden (gesticht door de heilige Trudo, ca 693) (1).

De monniken konden het gebied benutten voor hout, weilanden, jacht. Sporen hiervan zijn tot op de dag van vandaag terug te vinden bv. in de naam Kortenbos (letterlijk: kort bos, een stuk gekapt bos). Een eerste spoor van bewoning op de huidige locatie van het kasteel dateert uit de 11de eeuw. De benediktijnermonniken bouwden toen op deze plek een eenvoudige hoeve met een ommuurde tuin: de Nieuwen Hof. Of dit domein via de gravin Bertha in handen kwam van de abdij is onduidelijk. De bronnen omtrent de schenking spreken immers van ‘goederen en rechten te Brustem’ (meer ten zuidwesten van Sint-Truiden) en mogelijk was het Trudobos reeds vroeger in bezit van de abdij (3)

illustratie: Frickx-kaart (1712)

Bron: Frickxkaart (Foto Steven Vanvolsem)

Eerste kasteel

De veertiende eeuw vormde een woelige tijd in deze regio. Er was voortdurend gekibbel om de macht tussen het Prinsbisdom Luik (waar Sint-Truiden onder hoorde), het graafschap Loon en het Hertogdom Brabant. Bovendien kwamen de Truiense burgers regelmatig in opstand tegen de abt (die in de abdijstad Sint-Truiden ook het wereldlijke zeggenschap bezat). 

Tenslotte zien we de stedelijke revoltes van de Luikse steden tegen hun Prins-Bisschop, waarbij de Truienaren nu eens de zijde van de steden kozen, dan weer de kant van hun abt. Dat alles bracht een toenemende nood aan verdediging van de goederen van de abdij mee. De eerste gekende vermelding van de naam ‘Nieuwenhoven’ vinden trouwens we terug in een akte uit 1305 waarin de plundering van dit hof wordt vermeld.
Om deze reden werd naast een Tiendenschuur in 1330 ook een versterking opgetrokken op deze plek: het eerste kasteel zag het licht onder de toenmalige abt Adam van Ordingen, die het ook verbouwde tot buitenverblijf (‘speelhof’(1)) voor de Truiense abten. 

De site deed echter ook dienst als rustplaats voor de zieke monniken. In 1340 laat abt Amelius van Schoonhoven (Amelius Machereel) het kasteel grondig verbouwen: hij brak een vervallen deel af, bouwde een nieuwe grote zaal en voegde een kapel toe (6).Kort nadien (1350-1385) wordt het kasteel zelfs het toevluchtsoord voor de monniken wanneer deze op de vlucht slaan voor de builenpest in de stad Sint-Truiden. (2)(3). Het domein kent verdere uitbreiding door aankopen en ruilen onder de verschillende opeenvolgende abten in de periode 1350 - 1368 (6). De term ‘kasteel’ wordt voor deze plek pas voor het eerst gebruikt in 1491 (in een pachtcontract). In deze periode wordt de boerderij ook vernietigd en heropgebouwd (1492)(3).

Illustratie: Ferrariskaart (1777)

Geschiedenis

Bron: Ferrariskaart (foto Steven Vanvolsem)

Bloeiperiode: 15de tot 18de eeuw

Bron: Jeanne Hoogenboom

Verdere ontwikkeling van de site onder de Benedictijnen

In de loop der eeuwen nam de site aan belang toe. In de loop van de 15de eeuw wordt de site ommuurd en verfraaid door abt Willem van Brussel (1521-1524) en abt Christoffel Blocquerye (1562). In 1602 sloeg het noodlot andermaal toe met zowel plunderingen als een blikseminslag die de gevulde graanschuur in de as legde.

In 1617 liet abt Hubert Germeys de bestaande vakwerkboerderij vervangen door een bakstenen woonhuis. In 1623 volgden een poorthuis en de langsschuur (huidige ‘tiendenschuur’). Deze gebouwen bestaan tot op de dag van vandaag en vormen de oudste nog aanwezige gebouwen op deze site. Ze zijn exact te dateren dankzij de daterings-stenen met het wapenschild van Hubert Germeys in deze gebouwen. Zijn opvolger, Hubertus II van Suetendael, legde de laatste hand aan deze gebouwen. Zijn wapenschild met zijn leuze ‘Omnia Suaviter’ (‘Alles zachter’, of ‘Alles zoeter’, mogelijk een woordspeling op zijn naam) vind je nog terug op de stalmuur naast de ingang van het poorthuis. Deze abt zorgde ook voor een barokke verfraaiing van het kasteel zelf. Het is in deze 17de eeuw dat het kasteel en de hoeve één geheel gaan vormen. De huidigecontouren van het complex (U-vormige hoeve aan de westzijde en L-vormig kasteel aan de oostzijde) zijn nu het eerst terug te vinden zijn. Nochtans zullen nog vele grondige aanpassingen volgen.

Illustratie: Poorthuis (17de eeuw)

De Franse revolutie: een keerpunt

De Benedictijnen worden verdreven

Kort na de Franse revolutie wordt het Prinsbisdom Luik bij Frankrijk ingelijfd (1795). De nationalisering van het kasteel volgt met het verdrijven van de laatste abt. Twee jaar later wordt het domein gekocht door Anna Barbara Hella, een ex-geestelijke uit Hoei. 

Het landgoed wordt vervolgens drie generaties lang langs vrouwelijke lijn doorgegeven. In 1804 komt het kasteel in handen van de Brusselse aristocraat Maximillien-François Niesse. Vervolgens gaat het via het huwelijk van zijn dochter Symphorosa over naar generaal Etienne-Jacques Travers. Tenslotte komt het kasteel via het huwelijk van diens dochters Laure-Françoise Travers uiteindelijk in de handen van baron Charles Wethnall. Deze van oorsprong Engelse en later tot Belg genaturaliseerde aristocraat liet kasteel én omliggend park grondig renoveren in Engelse laatgotische stijl (‘Tudor’-stijl). Bovendien werd een bijkomend gebouw dwars op de binnenkoer opgetrokken waardoor boerderijen bijhorende mesthoop (het ‘neerhof’) werden onttrokken aan het zicht van de baron en zijn hoge gasten in het kasteel (het ‘bovenhof’). De dienstgebouwen werden voorzien van voorzetgevels in deze stijl (zoals tot op vandaag nog te zien is aan de binnenzijde ter hoogte van één van de poorten van het voormalige koetshuis) en het kasteel werd in breedte en lengte uitgebreid met vier grote torens, koepelvormige daken met topversiering, neogotische nissen en omlijstingen aan vensters en deuren. Ook kwam er voor de hoge gasten een nieuwe toegang via een riante brug aan de zuidzijde.

Andermaal gaat het kasteel via de vrouwelijke lijn over naar een volgende generatie: Charles Whettnall en zijn echtgenote laten het kasteel aan hun dochter Marie-Louise Whettnall (1849 – 1902) die gehuwd was met Armand de Moffarts(1849-1933). Hiermee doet de laatste adellijke familie zijn intrede in het kasteel.

Illustratie: deel aquarel Philippe de Corswarem (begin 19de Eeuw)

Geschiedenis

Bron: Jeanne Hoogenboom

Een rampjaar: 1932

In 1932 slaat het noodlot toe: een grote brand verwoest de oostelijke hoofdvleugel van het kasteel volledig. Sporen van deze brand zijn tot op de dag van vandaag terug te vinden op de zolder van de noordoostelijke toren. Ook de inhoud met al zijn kostbaarheden gaat verloren. Zelfs de monumentale toegangsbrug raakt zwaar beschadigd.

In de krant klinkt het als volgt (3):
De brand moet ontstaan zijn in één der schouwen, zich bevindend in een toren van het kasteel. Een gemakkelijke prooi vindend in de houten dakbetimmering nam het vuur een zeer snelle uitbreiding, zoodat weldra het gansch gebouw in lichte-laaie stond. De brandweeren van St-Truiden en Hasselt snelden ter plaatse van de ramp, maar konden niet beletten dat het prachtig kasteel, één der merkwaardigheden uit de omgeving van St-Truiden, totaal uitbrandde, met zijn kostlijken inboedel van meubelen, kunststukken en allerhande kostbaarheden. Van het eigenlijk kasteel bleef niet meer over dan berookte muren, waarachter brandend en smeulend puin te ontwaren valt. De schade is aanzienlijk en loopt in de miljoenen. Zij is, naar het schijnt, slechts voor een geringe waarde doorverzekering gedekt. Vele nieuwschierigen spoeden zich naar de plaats van het onheil, waar de aanblik van het afgebrand prachtgebouw meewarig aandoet.

Een jaar later (1933) sterft Armand de Moffarts en komt het beheer in handen van zijn zoon Eugène de Moffarts. Het duurt tot 1950 tot de hoofdvleugel in vereenvoudigde vorm wordt heropgebouwd naar een aquarel van Philippe de Corswarem (ca 1800) (5) met toevoeging van een octogonale zuidelijke hoektoren. De familie heeft inmiddels zijn intrek genomen in het tot woning omgebouwde voormalig koetshuis.
In 1972 worden de bossen en landerijen verkocht aan de Provincie Limburg die er het huidige provinciaal domein Nieuwenhoven aanleggen en het geheel zodoende beschermen.Het kasteel wordt in 2005 verkocht aan de Nederlandse Jeanne Hoogenboom. Zij renoveert de hele site en vormt deze om tot een kasteeldorp met ruimte voor residentiële bewoning, vakantiebeleving en activiteitencentrum voor creatie. Sedert 2025 is het in bezit van de huidige eigenaars die de geschiedenis van gastvrijheid op een plek van rust voor hoofd en lichaam verderzetten.

Illustratie: Oostgevel kasteel begin 20ste Eeuw vóór 1932

Bron: Jeanne Hoogenboom

Bronnen:

Voor de bovenstaande tekst werd uitgegaan van de tekst:  ’Geschiedenis van het Kasteel’ (onuitgegeven, Alice Dijkstra) als basisdocument. De gegevens werden gepreciseerd, aangevuld en/of gecorrigeerd obv onderstaande bronnen. 

  1. Het graafschap Loon (11de-14de eeuw) Ontstaan – Politiek – Instellingen, dr. J. Baerten, Assen, 1969, stichting ‘Maaslandse Monografieën’, Koninklijke Drukkerij Van Gorcum & comp.
  2. https://www.burchten-kastelen.be/provincies/limbur..
  3. Het kasteel van Nieuwenhoven door de eeuwen heen, InfoHeemkunde Nieuwerkerken, 15de jaargang mei-juni 2019 ISSN 2295-3531 (https://www.heemkunde-nieuwerkerken.be/infoblad/He...)
  4. Schoon Volk, Kasteelbewoners in West-Limburg in de 19e eeuw, T. Gaens en R. Nijssen, Leuven. Uitg. Peeters 2010 ISBN 9042924624, p142-146
  5. Kastelen op papier. Aquarellen van Limburgse kastelen uit de eerste helft van de negentiende eeuw, (Limburgse Studies, 2), Rombout Nijssen en  Raf. Van Laere, Wijer, 2005, p 110-111
  6. Projectoefening Kasteel Nieuwenhoven, Katrien Verwinnen, 2005-2006, Master Monumenten- en Landschapszorg,  Hogeschool Antwerpen, Departement Ontwerpwetenschappen



Geschiedenis

Bron: Hillewaere-Christie's Real Estate

Ontdek meer over Kasteel Nieuwenhoven

Contacteer ons
Geschiedenis